Shakespeare & de Koran
Goddank, ze bestaan nog, kranteninterviews die het nut van makreelpakpapier overstijgen. 'Alle vertalers en lezers van Shakespeare's toneelstukken en sonnetten moeten zich flink omscholen' (NRC Handelsblad 19 augustus).

Hij heet Jan Jonk en Jan Jonk is de minste niet. Als anglist en specialist Oud-Engels en Oud-Noors is Jan Jonk een autoriteit waarvan er in dit land geen tweede rondloopt. Zie zijn doopceel op internet en u zult bedeesd uw hoed afnemen. Ver weg van de gezwollen theaterwereld van de Randstad, ergens diep in de bossen van het Limburgse Heijen aan de Maas, werkt deze aartspurist met verbeten volharding aan de verplaatsing van Shakespeare's geest naar ons vasteland, ofwel: hij vertaalt. De sonnetten voltooide hij al in 1979, en sedertdien zwoegt hij onverstoord op diens voltallige verzameling toneelstukken (39 in totaal) - en als de goden meewerken legt hij er voor het zomereinde de laatste hand aan.

Hoe gaat Jan Jonk te werk? Als obsessie en perfectionisme een lichaam kennen, worden ze door Jan Jonk belichaamd. Wanneer er staat 'I had rather have her chased than chaste' maakt de knappe kluizenaar ervan: 'Ik heb ze liever voor gekoos dan gekuis'. Immers, in deze vertaling blijft de essentiŽle herhaling van 'chased' en 'chaste' behouden. Waar Shakespeare rijmt, rijm Jan Jonk ook. En waar in Macbeth een zin met tien bijtende ss'en voorkomt, zoekt Jan Jonk naar tien bijtende equivalenten, al moet hij daarvoor de kosmos afreizen.

Een beetje Shakespeare-dilettant zal het dus niet verbazen dat Jan Jonk behoorlijk gruwt van het 'ondeugdelijke werk' van populaire Shakespeare-vertalers als Willy Courteaux, Peter Verstegen, Gerrit Komrij, Hugo Claus en Tom Lanoye. En over de nieuwste Ivo van Hove, The Taming of the Shrew (vertaald door schrijver Hafid Bouazza) schampert hij fijntjes: 'Als daarin twee zinnen van Shakespeare klinken zoals hij het had bedoeld was het al veel geweest.'

Nu, wat precies grieft Jan Jonk? Allereerst de stupiditeit om Shakespeare's engels te verwarren met hedendaags Engels. De Britse duivelskunstenaar schreef namelijk in het Vroeg Modern-Engels en dat ligt vele malen dichter bij het Midden-Engels dan bij het hedendaagse. Bovendien vergeet men iets onvergeeflijks: de geest van Shakespeare, zijn bedoeling. En met 'bedoeling' bedoelt Jan Jonk dat het aantal lettergrepen, klemtonen, ritme, rijmwoorden en assonanties in de vertaling exact moeten overeenkomen met het origineel. Maar het ergste van alles: geen van de populaire heerschappen heeft het magistrale Shakespeare's Words van David Crystal Łberhaupt aangeraakt. Dit boek rekent op ongenadige wijze af met de standaardhandboeken zoals uitgegeven door het fameuze Oxford University Press, waarin de grove fout wordt begaan door eigennamen en woordbetekenissen 'hedendaags' te interpreteren. Jan Jonk illustreert: 'minute' was in Shakespeare's tijd de kortste tijdsaanduiding. Tegenwoordig niet, tegenwoordig kennen we de seconde. Dus als er in Midzomernachtdroom staat 'I'll back in seventy minutes' moet dat logischerwijs worden 'Ik ben terug in zeventig seconden'.

Geen steek tussen te krijgen. Shakespeare is onbegrijpelijk zonder nauwkeurig begrip van zijn wereld.

Dit brengt mij op het volgende. We kennen in Nederland zoiets als 'islamdebat'. En aan dat debat nemen vooral niet-moslims deel. Deze deelnemers zijn niet alleen niet-moslims, ze beheersen ook het Arabisch niet (pardon, op jihad, Al Qaida, halal en Ramadan na), laat staan de 7e eeuwse versie ervan. Hoe vaak niet moet ik grinniken wanneer deze Niet Arabisch Sprekende Niet-Moslims (N.A.S.N.M.) weer eens een vrouw-, homo-, of joodonvriendelijke vers opduikelen om vervolgens met het schuim rond de mondhoeken 'de Verlichting' te verkondigen. Tot deze verlichtingspredikanten wil het niet bepaald doordringen maar de koran is toch echt 1600 jaar geleden (1000 jaar vůůr Shakespeare!) opgetekend. Bovendien is dit kloeke moslimboek, net als bij Shakespeare, gegoten in rijmdichtvorm en gestoffeerd met een vaak onnavolgbare metaforentapijt waarvan de muziekzaalritmische cadans (hardop gedreund) miljoenen gelovigen in trance brengt. Nu, als Jan Jonk ons leert dat vertalen = dichten, dat vertalen = herscheppen van dezelfde muziek, ritme, klank, schoonheid en betekenis van de oorspronkelijke taal in de nieuwe taal, met inachtneming van de historiciteit alsmede de-geest-achter-de-letter-idee, zijn we het dan niet aan onszelf verplicht om in naam van het allerhoogste - Zuiverheid en Schoonheid - een fatsoenlijke vertaling op de markt uit te brengen?

Het wachten lijkt mij op een Jan Jonk die de koran ter hand neemt. Dan pas kunnen we kiften over vermeende anachronismen en andere redevijandige perversiteiten. Eerst de schoonheid, dan de moraal.


Mohammed Benzakour