LOTTE HEET NU ALLAH





Door: Mohammed Benzakour



"Wat ben ik blij dat ik weg ben! Beste vriend, het hart van een mens is een vreemd ding!". Zo klinken de nog opgetogen beginregels van het boek waarmee Johann Wolfgang von Goethe zich onsterfelijk zou maken: Die Leiden des jungen Werthers.


Het verhaal, gegoten in briefvorm, is gauw verteld. Het speelt het zich af tegen de idyllische achtergrond van het boerenbestaan in het 18e eeuwse Weimar. Werther is een even gevoelige als getalenteerde jongeman die stapelverliefd raakt op Lotte. Deze bekoorlijke jonkvrouw heeft echter haar hart al geschonken aan Albert, haar fianceé. Wanneer onze jonge rococo-genie uiteindelijk beseft dat zijn onstuimige liefde onbeantwoord zal blijven drijft een mengsel van smart en wanhoop hem tot de onafwendbare daad: hij jaagt zich een kogel door het hoofd.


Het kleine boekje veroorzaakte een schok in puriteins Duitsland. Zieleherders en andere moralisten walgden van deze obscene vorm van 'zelfmoordverheerlijking'. Maar er was ook lof, idolatrie zelfs, vooral bij het jonge publiek. Door zijn snerpende Sturm und Drang-karakter wekte de Werther een roes, een koorts die als een vonk werkte in het kruidvat. Werther-parfum, Werther-serviesgoed, Werther-schriftjes, het was niet aan te slepen. Maar de afgoderij was pas compleet toen op goed ogenblik door half Europa een heuse zelfmoord-epidemie raasde; sentimentele adolescenten die op identieke wijze (geel vestje en pantalon, blauw rokjasje, gezeten aan een leestafel in een kamer met de deur wagenwijd open) de trekker overhaalden.


Waarom had dit boek, met die overborrelende held in de hoofdrol, zo'n wild succes?


Classici en cultuurfilosofen wisten de verklaring: de tragische Werthergeschiedenis staat niet op zichzelf maar was de ultieme exponent van een tijdgeest. Een tijdvak waarin een generatie opgroeide die in zijn worsteling met het 'ik' en 'de wereld' te hoop liep tegen de maatschappij. Hun geestdrift bestond uit een mengeling van onbehagen, (zelf)kwelling, ascese, terugkeer naar de natuur, Weltschmerz, met daaraan gekoppeld: een doodsverlangen. Of zoals de Duitsers het altijd mooier zeggen: 'Krankheid zum Tode'


Dit geëxalteerd Werther-epoque is later de 'Romantiek' gaan heten, de laatste grote Europese cultuurstroming. Een stroming die, als reactie op het Verlichtingsrationalisme en de verstandelijk-artistieke opvattingen van het classicisme, fel ageerde tegen de technische vooruitgangsuccessen en de toegenomen zucht naar materie en consumptie. De Romantiek kreeg gestalte in een keur aan kunstzinnige uitingen, zoals muziek (Beethoven, Schubert, Wagner's Nibelungen ), beeldende kunst (Delacroix, Friedrich), literatuur (Victor Hugo), volkssprookjes (Grimm) en tal van andere barokke expressies. De smaakrevolutie was een feit, met de Werther als meest radicale exponent.


Maar was het sportief wat Zizou deed, was het wijs? Nee, achteraf niet. Maar achteraf is achteraf. Wat is wijsheid op het moment dat zich een rode waas voor je ogen trekt?


Nu, twee eeuwen later, beschouwen we de Romantiek als een mooi maar afgesloten tijdperk. De minnezangers zijn dood, Goethe is dood, zijn personages zijn dood, alsmede zijn leukste bewonderaar, Boudewijn Büch. Jawel, Lotte en Werther mochten nog eenmaal terugkeren in Thomas Manns magistrale Lotte in Weimar (1939) maar dat telt niet. Het sprookje is passé, over en uit.


Tenminste, dat dachten we. Afgezien van de nog zeer gave brokresten her en der, is de vraag gerechtigd of er niet temidden van alle modernismen en postmodernismen een stille maar onmiskenbare heropleving van de Romantiek gaande is. De wijdverbreide idee, gewekt door een handvol Verlichtingskabouters en hun partijpolitiek vrienden en geliefden, volgens wie de opkomst van de moslimbigotterie (in de volksmond 'radicaal' en dus 'gewelddadig') een eng, uitheems verschijnsel is, wezensvreemd aan onze joods-christelijke traditie, verdient correctie. Wie in staat is om door de asgrauwe sluier van onze moslimvreters heen te prikken, zal waarnemen dat dat typische 18e eeuwse levensgevoel, met al haar idealen en geestelijke prikkels, de pathos, de spleen, de woest- en grilligheid, de doodsdrift, kortom, al die elementen die in de Werther een explosieve samenballing vonden, een heuse comeback doormaakt. En nu niet in Wertherdracht, maar in een volstrekt ander jasje: de djellaba. Voorwaar, de jonge 21e eeuwse born-again muslims lijken kloontjes van de 18e eeuwse Werthers!


Laten we eens nagaan wat deze moslimadolescenten (voornamelijk van Noord-Afrikaanse origine) bezielt met hun plotselinge hang naar het devote, het extatische, het metafysische? Wat drijft ze?


In de tijd dat het hemelse licht zich nog niet aan hen had geopenbaard, zwierven velen op de bodem van de zee. Ze voelden zich verloren in een monsterlijke wereld waarin zij zelf gebombardeerd waren tot monster. Zij waren alleen, met achter zich een dood verleden en in het vooruitzicht een ongewisse toekomst. Uit dit existentiële vacuüm ontstaan dagelijks de fraaiste neurosen, tastbaar gemaakt door misère, indolentie en (criminele) misdragingen op straten en stranden.


Dit hield lang aan, tot op zeker ogenblik iets hun donker pad kruiste. Dat 'iets' bleek schoon en zuiver te zijn, paradijselijk. De geestelijke verknooptheid ontwarde zich als bij toverslag. Alles wat hen vroeger tot apathie of subversie aanzette, al die dingen waarvoor ze nooit de woorden wisten, dat was nu binnen handbereik, geperst tussen twee goudgekalligrafeerde kaften. Nu eens niet puberaal of in woordenboekproza opgetekend (al zullen recensenten dat niet snel toegeven), maar neergezet in wijze, poëtische volzinnen die alleen een godheid kan componeren. De zonen en dochters raakten gefascineerd, bedwelmd, ze werden verliefd! Ditmaal niet wanhopig (zoals Werther), maar gloriërend van hoop! Het leven is liefde en des levens leven is de ziel, en we zouden het weten ook. Deze blijmoedige neofieten lopen te koop met hun religieuze herkomst, roepen die van de daken, verdoven ons en zichzelf met hun enthousiast kabaal.


Maar de parallellie reikt dieper. De verhouding tussen Werther en zijn romantieke zieleroerselen is even onmiskenbaar als die tussen de 'moslimwerther' en zijn renaissancereligien. Want let eens op de overgevoeligheid van de moslimwerther (oei, wat is hij snel beledigd!), zijn gekwelde trots (al die erekwesties), de weltschmerz en het geween in de moskee (zie de tranenzee in de Werther), let op de afkeer van het kapitalisme (materialisme, decadentie en verspilling zijn Gods vijanden), de minachting voor het establishment en haar zedeloze uitspattingen - klinkt dit allemaal niet als een verre echo van Werther?


Juist, de ware moslimwerther, met al zijn sturm und drang, is een offeraar, een zelfofferaar, en zijn Lotte heet voor eens en eeuwig: Allah.


'Ho wacht even', zult u misschien denken, 'dat is mooi allemaal maar ik zie toch weinig Romantiek in het opblazen van torens, treinen en het liquideren van cineasten.'


Een juiste opmerking. Maar hier precies houdt ook mijn betoog op, hier is het eindstation van de parallellie. Wie onschuldigen doodt uit naam van een religie is een terrorist, een monster; iemand die evenveel op heeft met Gods boodschap als een aap met een gouden ring. Op wie ik wel doel zijn die andere 99,99 %; die van pathos overlopende maar van terreurzucht gevrijwaarde renaissancemoslims.


Niettemin verdient de casus 'Theo Van Gogh' aparte aandacht.Vanzelfsprekend belet het fatsoen dit menselijk drama anders dan 'barbaars' voor te stellen. Laat staan het in een Romantiek vat te gieten. Een moordenaar kan duizend redenen hebben, recht heeft hij nooit. Toch zou ik ervoor willen pleiten om te proberen onze gerechtvaardigde walging eenmaal te parkeren en niet voor deze of gene groepering te spreken, maar vanuit een algemeen perspectief, en op een sociologische manier. Dat wil zeggen, te proberen ons in alle nuchterheid te buigen over de vorm waaronder de misdaad zich voltrok. Niet ter provocatie, maar omdat de enige hoop op een tikkeltje heilzaam inzicht (en ingrijpen) ligt in het vermogen de bovenzinnelijke dynamiek van de dramatiek te vatten.


Gaan we zo te werk, dan constateren we allereerst dat - gelijk de aanslag op het Amerikaanse WTC - de aanslag op de Linnaeusstraat evenzeer raakt aan symboliek als aan werkelijkheid. Theo van Gogh belichaamde, letterlijk, de kapitalistische verzinnebeelding van decadentie, goddeloosheid, perversie en vraatzucht. Daarbij, heeft het er alle schijn van dat de moord zowel in doel als methodiek een poging was tot zelfmoord. Alles - de brief, de locatie, het tijdstip, de schotenwisseling met de politie - wees erop dat het in Mohammed B's plan lag die ochtend voorgoed afscheid te nemen. Hij wierp zich op als een getourmenteerde en door God bestelde huurmoordenaar en schreeuwde naar de wereld: dood me maar! (En nu ligt hij ingeklemd tussen vier kale betonnen muren; dat kan niet het hof van Eden zijn waar hij vermoedelijk van droomde.)


Voorts is de Wertheriaanse inborst van nature ijdel, zo niet ziekelijk koket. De liefde maar vooral ook het lijden moet aan de grote klok worden opgehangen. Publiek is geen wens maar voorwaarde. Heet het dan toeval dat Mohammed B. ervoor koos zijn bloedige daad op klaarlichte dag in een drukke hoofdstraat uit te voeren? Het is precies deze morbide vorm van exhibitionisme die we terugzien bij Werther; ook hij koos ervoor om het fatale schot te lossen met de deur wagenwijd open opdat eenieder, in en rondom het huis, er getuige van kon zijn, in beeld en geluid. Wie voor publiek kiest, kiest voor theater. Anders dan Volkert van der G. liet Mohammed B. het niet zitten bij een 'gewoon' nekschot, nee, de lugubere opvoering eindigde met een brief op de borst vastgepind door een dolk. De Franse schilder Edgar Degas vond dat 'een schilderij met hetzelfde gevoel moet worden gemaakt als een misdadiger zijn daad ten uitvoer brengt'. Geldt dan - durf ik het te zeggen - niet ook het omgekeerde?


Niettemin blijft één angel steken: Werther - en zijn volgzame epigoontjes - hebben behalve zichzelf niemand anders geëxecuteerd. Hetgeen hen onmiddellijk een edelmoedig aanzien geeft tegenover de laffe, moorddadige Mohammed B.


Valt hier een speld tussen te krijgen? Prima vista niet, evenmin op het 2e gezicht. Maar misschien, heel misschien kan er op het derde gezicht iets op worden afgedongen. Want laat ik eens de brutale vrijheid nemen een denkexperiment op te werpen, een hypothetische gedachte. We weten dat Werthers aanbidding van Lotte kolossaal was en mettertijd maniakale en zelfs destructieve proporties aannam. Gesteld nu dat Goethe voor een andere verhaalwending had gekozen. Stel dat een of andere potige dorpsgenoot het in zijn boerenkop had gehaald om Werthers 'heilige' Lotte moedwillig te onteren, te bezoedelen, of zelfs te verkrachten. Hoe zou Goethe zijn Werther, gelet op zijn geestestoestand, in dat geval hebben laten handelen?


Of Werthers eventuele moordlust de analen zou zijn ingegaan als een klassieke crime passionel, weten we niet. De kleinste zekerheid die we hebben is dat als in alle mensen een Mandela, Dalai Lama of een Gandhi zou huizen, op de aardbodem grif minder bloed had gevloeid. En was wellicht - wie zal het zeggen - met de Romantiek (en niet het kapitalisme of andersoortig terreur) het einde van de geschiedenis ingeluid.