DONNER EN DE HEIMWEE NAAR ABOU JAHJAH
  lees verder.. 
Tijdens de viering van 400 jaar relaties tussen Marokko en Nederland moest ik helaas vaststellen dat de verhoudingen tussen moslims en niet-moslims in Nederland er bepaald niet rooskleuriger op waren geworden. Weliswaar mogen muzelmannen hun schapen in daartoe geëigende abattoirs ritueel slachten en hebben ze gebedsruimtes gekregen, maar deze belijdenis mag ons vooral niet tot (gehoor)last zijn en daarbij: de moslimidentiteit dient op veilige afstand te blijven van de politieke arena. Want du moment een mondige moslim het politieke veld (waar ook christenen rondlopen) betreedt en lijfspreuken hanteert als 'ik zal niet zeggen wat u graag wilt horen', zullen alras middelen worden ingezet om zo iemand onklaar te maken. Dit overkwam Dyab Abou Jahjah, de leider van de door hem opgerichte Arabisch-Europese Liga (AEL).

Maar nu we een punt hebben bereikt waarop bomaanslagen tot onze dagelijkse kost horen, 'racist' tot geuzentitel is verworden, kelen worden doorgesneden en puberknoeiers als Samir A. het geschopt hebben tot 'onze eigen Bin Ladens', is er een nostalgisch heimwee merkbaar naar die goeie ouwe Abou. Zo ook bij minister Donner, die zich onlangs in VN liet gaan: "Zo'n Abou Jahjah, hadden wij maar zo iemand in Nederland! Hij blijft binnen de grenzen van de wet en functioneert als bliksemafleider van onlustgevoelens onder jonge moslims. Wat hij wil bereiken doet hij door met anderen samen te werken. Zo zou het in een pluriforme democratie moeten gaan."

Een mooi staaltje voortschrijdend inzicht, zij het zes jaar te laat. Abou Jahjah heeft inmiddels het stokje overgedragen en vertrekt aanstonds naar Libanon, voorgoed. Extra wrang is dat indertijd Donners eigen partij, bij monde van Camiel Eurlings, opperde voor een 'verbod' (nog vóór de oprichting!) van de Nederlandse AEL-tak. En het was een andere illustere partijgenoot, Jaap de Hoop Scheffer, die in oktober 2002 plotseling 'schrok' van Abou Jahjahs 'integratie met behoud van eigen cultuur'. Dat dit standpunt jarenlang staand beleid was van notabene het CDA, was de aspirant NAVO-secretaris-generaal even ontgaan. En dan zwijgen we nog over Maxime Verhagen die in een opinieartikel (NRC, 14 januari 2004) Abou Jahjah op één hoop meende te kunnen gooien met 'racistische, antisemitische rappers'. Dat Abou Jahjah nooit voor de rechter is gedaagd vanwege antisemitisme en tengevolge ook nooit hierom veroordeeld is, vermag voor de CDA-fractievoorzitter weinig uit te maken.

We zijn nu vijf jaar verder, maar zijn we vijf jaar wijzer?

Wie leest hoe kwaliteitskrant de Volkskrant in haar redactioneel (14 september 2006) dezelfde Abou Jahjah kwalificeert - 'een variant van Hans Janmaat' - begrijpt waarom oude reflexen hardnekkiger zijn dan varkensvet.

Dergelijk hoofdredactioneel zou gezellig vertrouwd hebben geklonken, als het niet verontrustend was. Want hoe verging de AEL-leider ook alweer? Interviews die uitliepen op kruisverhoren, bijzaken die men uitvergrootte, hoofdzaken die men negeerde, uitspraken die men verdraaide, rectificaties die men weigerde, hoor en wederhoor wat men naliet, louter aandacht voor negativismen, tendentieuze koppen, georkestreerde radiostiltes, etiketteringen als antisemiet, terrorist, dictator, opruier, baarlijke duivel, Arabische Hitler - het was een populair gezelschapsspel als Abou Jahjah op bezoek kwam.

Wie herinnert zich bijvoorbeeld het fantastische Nova-interview uit december 2002, afgenomen door Reinier Van den Hout. Uitgerekend op de dag dat Abou Jahjah door de rechter was gezuiverd van alle blaam, wierp Van den Hout hem voor de voeten: 'Meneer Jahjah, bent u een terrorist?'

Wat is dit? Nieuwsgaring? Persoonlijke belangstelling? Of wist Van den Hout stomweg niet dat de terrorist die publiekelijk van zichzelf zegt dat hij terrorist is nog geboren moet worden?

Abou Jahjah (in plaats van subiet de brug op te halen) riposteerde kalm: 'Natuurlijk niet mijnheer. Ten eerste had ik dan niet hier voor uw camera gestaan. En ten tweede, een terrorist bewandelt andere wegen dan meedoen aan democratische verkiezingen.'

Op andere momenten leek het alsof de interviewers vooraf oordopjes hadden ingestopt. Zoals bij Nova's Nederland Kiest, 25 januari 2003. De presentatoren Felix Rotenberg en Matthijs van Nieuwkerk begonnen hun offensief aan de hand van opmerkingen die Ayaan Hirsi Magan diezelfde ochtend in dagblad Trouw had gemaakt; dat profeet Mohammed 'gemeten naar onze westerse maatstaven, een perverse tiran' is, en vergelijkbaar is met 'megalomane types als Saddam, Ayatollah en Bin laden.'


Een fragment uit een memorabel gesprek.


Van Nieuwkerk: 'Was u boos toen u dat las?'

Abou Jahjah: 'Ja eventjes, maar de vraag die men…'

Rottenberg: Hoe lang duurde die woede, 6 seconden?

Abou Jahjah: Nou een paar minuten toch wel, maar ik ben niet iemand die lang boos blijft, kijk, wat ik wil zeggen is…

Van Nieuwkerk: Twee minuten?

Abou Jahjah: De vraag die we ons moeten stellen is hoe het komt dat iemand die uitspraken doet die beneden alle peil zijn op een politieke lijst in Nederland staat en die verkozen is. Wat wil die politieke partij, wat wil de VVD? Willen ze provocatie, willen ze oorlog? Wat willen ze? Dát is iets wat ik niet kan begrijpen.

Van Nieuwkerk: Zij stelt de islam ter discussie…

Abou Jahjah: Neenee, dat is heel iets anders. Je kan zeggen 'ik ben afvallig'. Dat is een mening, dat mag, ik heb altijd gezegd…

Van Nieuwkerk: O dat mag?!

Abou Jahjah: Ja dat mag. Kijk, ik heb altijd gezegd dat ik in debat wil met Hirsi Ali, alleen wou ik het niet doen vóór de verkiezingen, maar erna, maar nu wil ik dat niet meer, zij is geen debatpartner voor mij, zij is onder mijn niveau hoor, zij is iemand die zeker getraumatiseerd is, die eerder hulp nodig heeft dan wat dan ook, die misbruikt wordt door de politiek, en die haar trauma's probeert te verwerken door zeer smakeloze uitspraken te doen.

Van Nieuwkerk: Zij heeft gewoon aan den lijve ondervonden wat het is om op te groeien in een land ….

Abou Jahjah: Dat is hetzelfde als dat je een slachtoffer van pedofilie in België op een politieke lijst zet en hem vraagt: spreek over Belgische mannen.

De zaal gniffelt.

Rottenberg: U zegt dus eigenlijk: 'zij is niet helemaal normaal en ik debatteer niet met abnormale mensen'

Abou Jahjah: Zij heeft therapie nodig, dat is een, en zij moet haar mond houden wat betreft de islam en zij…

Rottenberg (als door een horzel gestoken): PARDON!?

Abou Jahjah herhaalt: Zij moet haar mond houden wat betreft de islam, zij is nu politica geworden…

Nieuwkerk: Zij mag toch zeggen wat zij wil!?

Abou Jahjah: Zij mag zeggen wat ze wil, maar zij is politica nu, ze is verkozen als volksvertegenwoordiger, zij moet nu verantwoordelijkheidszin tonen, als ik in het parlement ben verkozen mag ik ook niet de christelijke of joodse gemeenschap aanvallen, zelfs als ik daar een persoonlijke mening over heb. Als ik een politicus ben dan moet ik toch een verantwoordelijkheidszin hebben.

Rottenberg (had twee minuten lang oordopjes in): Weet u wat ik zo interessant vind van wat u zegt: 'ZIJ-MOET-HAAR-MOND-HOUDEN!' (dit laatste met wijdopen mondbewegingen articulerend)

Abou Jahjah: Over dit soort uitspraken absoluut, want zij is verkozen, zij moet nu verantw….

Rottenberg (heeft de oordopjes nog steeds in): Het klinkt als een gebod: U-MOET-UW-MOND-HOUDEN!

Abou Jahjah (geïrriteerd): Ja, U kunt er nu een karikatuur van maken, maar ik zal het herhalen voor de derde keer: Hirsi Ali heeft als verkozen politica een verantwoordelijkheid, als ze iets zegt, dan moet ze denken aan de gevolgen ervan, zij mag niet een hele gemeenschap op die manier beledigen zoals zij dat heeft gedaan, dat mag niet, dat is onverantwoord, en dat is niet alleen van haar onverantwoord, dat is onverantwoord van de partij die haar die kans heeft geboden, met een zeer rare sprong trouwens van links naar rechts…

Rottenberg: Die woede heeft toch iets langer dan 6 seconden geduurd…

Abou Jahjah: Ja dat kan zijn, maar je moet er een politieke analyse van maken, de vraag die men moet stellen is: 'Wat wil de VVD met zulke mensen?'

Tja, wat de VVD met zulke mensen wil, weten we inmiddels maar al te goed. Daar kan een met gefabuleerde vluchtverhalen en personalia verkregen paspoort ergo Kamerzetel, weinig aan afdoen.

Maar het kan krasser. Op 8 maart 2003 verstoutte Telegraaf-columnist en ex-professor Bob Smalhout zich in zijn column de AEL op één lijn te stellen met de NSDAP en Abou Jahjah te vergelijken met niemand minder dan Adolf Hitler. Om vervolgens zijn spijt te betuigen over de mislukte moordaanslag op Hitler door Georg Elser. 'Daarom, wie nu deze islamitische hopman niet onmiddellijk de voet dwars zet moet straks niet klagen als we in ons eigen land niets meer te vertellen hebben'.

Nu zijn er lieden die beweren dat Fortuyn feller is gedemoniseerd dan Abou Jahjah. Dat, dunkt me, is lastig te staven. Wat wél te staven is is dat geen enkele tv-rubriek of krant toeliet dat zendtijd of kolommen aangewend werden voor een moordoproep op Fortuyn.

En voor wie het weten wil: Nee, van een berisping, correctie, of excuses van de zijde van de Telegraaf of Smalhout is nooit sprake geweest. Zelfs niet toen in dezelfde maand de politie beslag legde op dermate serieuze informatie over een moordaanslag op Abou Jahjah dat hij genoodzaakt was zijn verdere tournee met een categorie 1-beveiliging (gepantserde auto, helikopter, kogelvrij vest, Mobiele Eenheid) te moeten volvoeren.

Maar: in de pers geen petities, noch steunbetuigingen, noch steuncomités of Hirsi Ali'achtige liefdesverklaringen over die heilige 'vrijheid van mening'. Ook het doorgaans gretig geciteerde "Je ne suis pas d'accord avec ce que vous dites mais je me battrai pour que vous puissiez le dire" van Voltaire's was prompt in geen velden of wegen te bekennen.

Nu, terugkomend op dat 'variant van Hans Janmaat' van de Volkskrant. Dit soort analogieën zijn een beproefd middel want gemakkelijk en efficiënt. Men plakt gewoon een tot de verbeelding sprekend etiket op van een bepaalde snode gast en het succes is gegarandeerd.

Maar klopt de analogie inhoudelijk? Is Abou Jahjah werkelijk een variant van Hans Janmaat?

Nee, tenzij een kameel op een brulkikker lijkt.

Om te beginnen bestaat er een fors intellectueel niveauverschil. Abou Jahjah citeert net zo gemakkelijk Hegel en Machiavelli als de Koran, terwijl Janmaat vooral putte uit Arabische sprookjes zoals 'weg met de Ali Baba's!'

Ook debattechnisch zou Janmaat tot panharing zijn gebakken door Abou Jahjah, die door de directeur van het Nederlands Debat Instituut, Roderiek van Grieken, uitgeroepen is tot 'een vrijwel volmaakt natuurtalent'.

Maar belangrijker is het politieke wereldbeeld.

De postuum salonfähige Janmaat heeft zich nooit afkerig getoond van het denken in termen van rassen. De racistische ideologie verdeelt rassen in termen van superieur en inferieur. De superioriteitsbeginselen van Janmaats Centrum Democraten waren zonneklaar. Zo mochten alleen Europese politiek vluchtelingen recht op asiel krijgen. Ook werd de uitzetting geëist van niet-Europese vreemdelingen tot en met de derde generatie. Janmaat (net als Vlaams Belang-voorman Filip Dewinter) heeft er bovendien nooit een geheim van gemaakt dat de antiracismewet moest worden afgeschaft. Daarnaast bedacht Janmaat dat de islamitische cultuur en godsdienst verboden moesten worden omdat ze niet te verenigen zouden zijn met 'onze' joods-christelijke traditie. In de praktijk komt dit alles er simpelweg op neer dat moslimmigranten gore indringers zijn die óf in de witwasmachine moesten worden gestopt, óf oprotten - en het liefst dat laatste.

Janmaats mensbeeld bestond, kortom, uit eersterangsburgers en tweederangsburgers. Als Abou Jahjah werkelijk 'een variant' is van Janmaat (zoals de Volkskrant stelt) zou hij de moslims als eersterangsburgers beschouwen ten opzichte van de niet-moslims. En zou dientengevolge de vreemdeling méér rechten mogen genieten dan de autochtone Nederlander. En zou de islamitische cultuur superieur zijn aan de joods-christelijke, etc. We kunnen hoog en laag loeien, maar op een dergelijk superioriteitsdenken is Abou Jahjah niet te betrappen. Integendeel. Waar Janmaat het apartheidsmodel hanteerde ('Nederland voor de Nederlanders') vertrekt Abou Jahjah juist vanuit het gelijkheidsmodel. Voor Abou Jahjah zijn, zoals ook Koransoera's dat prediken, alle rassen en volkeren gelijk. Keer op keer heeft Abou Jahjah juist de lof gezongen op de Grondwet, waarin deze gelijkwaardigheid is vastgelegd.

Dat de Volkskrant hem niettemin met Hans Janmaat vergeleek, is de zoveelste illustratie van smadelijke journalistiek. Niettemin, het had erger gekund. Want achteraf bezien was Janmaat zo'n kwaaie nog niet. In het kielzog van Fortuyn is immers een type beschouwers opgestaan met standpunten die Janmaat nooit over zijn lippen had durven prevelen. Wat dacht u bijvoorbeeld van ene Marco Pastors, de Rotterdamse moslimvreter, die met stalen gezicht een directe link pleegt te leggen tussen het islamitische geloof en winkeldiefstal, roofmoord en vandalisme. Een politicus die het aangezicht van het hellevuur beter verdraagt dan een moskee in aanbouw. Zouden bij Pastors alle keren de termen 'moslim' en 'islam' vervangen worden voor 'jood' en 'jodendom', had hij allang de landstitel Kampioen Antisemiet veroverd. Nu gaat hij eenvoudig door voor 'multiculturaliteit-criticus'. Of wat dacht u van de hoogblonde Geert Wilders. Niet aflatend schreeuwt hij hoofddoekdraagsters rauw te lusten en wist hij onlangs een partijprogram te persen waarvan het Arische gehalte een volume bereikt waarvoor Mussolini zich niet zou schamen. Ook bij Wilders geldt: pas het spiegelbeeldige 'jood-moslim' toe en u zult zich prompt wanen in de jaren dertig van de vorige eeuw. En laten we Rita Verdonk niet vergeten - het derde Fortuyn-epigoon. Regels zijn regels, inderdaad, behalve dan wanneer die regels staan voor gelijkheid en non-discriminatie. Een vals paspoort, een dwangverklaring volgens de beste maffiatradities, een kabinetsval, en we wisten prompt hoe klassenjustitie ook alweer werkt.

En toch, het kan verkeren in dit land: het gedachtegoed (wat een groot woord is voor een verzameling sappige soundbites en gelegenheidskreten) van dit extremistisch trio krijgt een warm onthaal op tv, radio en in de dagelijkse kolommen van de geschreven pers - met voorop, opnieuw, de Volkskrant.

Donners heimwee naar die goede oude Abou is, kortom, democratisch gerechtvaardigd, intellectueel legitiem en menselijkerwijs begrijpelijk. Daarmee schaart Donner zich bij een gezelschap van geesten die fortuinlijk groeiende is.


Mohammed Benzakour